Infopunt‎ > ‎Jeugdhulp‎ > ‎Toegang jeugdhulp‎ > ‎Toegang jeugdhulp‎ > ‎

Wettelijke kaders toegang jeugdhulp

Geplaatst 3 jan. 2015 13:13 door Nely Sieffers   [ 18 mei 2015 03:04 bijgewerkt door Webmaster UW Ouderplatform ]
Gemeenten hebben op basis van de Jeugdwet de volgende verplichtingen bij de organisatie van de toegang: (De cursief gedrukte tekst bevat een toelichting op de wettelijke eis)

De toegang tot jeugdhulp op een laagdrempelige en herkenbare manier organiseren (artikelen 2.3 en 2.6 lid 1 sub b Jeugdwet)
Gemeenten kunnen hierbij kiezen voor het oprichten van een nieuwe voorziening als toegang of aansluiten bij voorzieningen die al bestaan (zoals een CJG). Het is belangrijk dat gezinnen weten waar ze terecht kunnen met hun hulpvraag en hun vraag gemakkelijk kunnen stellen.
Het toegangspunt moet goed benaderbaar zijn. Verbinding met plaatsen waar kinderen vaak komen, zoals school, consultatiebureau, wijkcentrum etc., is van groot belang.

Bij een crisissituatie direct de juiste jeugdhulp inschakelen, dus 
24/7 beschikbaar en bereikbaar (artikel 2.6 lid 1 sub b)
Bij de toeleiding naar ‘jeugdhulp in crisissituaties’ gelden tevens de in deze factsheet genoemde eisen rondom de toegang
.
Deskundig advies verstrekken aan degenen die beroepsmatig met jeugdigen werken over vragen en problemen met betrekking tot opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische
problemen en stoornissen (artikel 2.6 lid 1 sub c)
Denk aan een leraar die advies wil over een druk kind in de klas. Gemeenten kunnen specifieke expertise op verschillende manieren beschikbaar stellen. Bijvoorbeeld in het Sociaal Wijkteam, via een expertiseteam of rechtstreeks bij een bepaalde aanbieder.

Passende hulp inzetten (artikel 2.5 Jeugdwet)
Rekening houden met de behoeften en kenmerken van de jeugdige en zijn ouders en met de godsdienstige gezindheid, levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouders.

Indien nodig specialistische hulp en de Raad vd K inschakelen (artikel 2.4 Jeugdwet)
Plaats professionals in de toegang die triage kunnen verrichten om te bepalen wat passende hulp is en of gespecialiseerde hulp nodig is.
De gemeente moet een meldingsbevoegde aanstellen voor melding aan de RvdK.

Uitvoering van een kinderbeschermingsmaatregel en jeugdreclassering door een gecertificeerde instelling (art. 3.2.1. Jeugdwet)
De gecertificeerde instelling verleent zelf geen jeugdhulp (art. 3.2.2 Jeugdwet), maar kan wel bepalen welke jeugdhulp noodzakelijk is in verband met de kinderbeschermingsmaatregel en/of jeugdreclassering (art. 3.5.1 Jeugdwet)
Toegang is dus ook mogelijk via een gecertificeerde instelling. Houd daarom bij de inkoop van jeugdhulp rekening met hulp die nodig is vanwege een kinderbeschermingsmaatregel en jeugdreclassering.
Houd bij de inkoop van ‘uitvoering kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering’ rekening met verschillende doelgroepen en benodigde expertise, bijvoorbeeld met betrekking tot (licht) verstandelijke beperkingen (zie ‘Passende hulp’).
Om de jeugdhulp in te zetten die een gecertificeerde instelling nodig vindt, is eerst overleg nodig met de gemeente.
In verband met de uitvoering van taken zijn gemeente en
gecertificeerde instellingen aangesloten op het berichtenverkeer met de
RvdK, genaamd CORV
.
Kosteloos/anoniem advies beschikbaar stellen voor jeugdigen 
(Kindertelefoon) (artikel 2.6 lid 1 sub d Jeugdwet)
De organisatie van de Kindertelefoon wordt landelijk geregeld via de VNG.

Jeugdhulp inzetten via een huisarts, jeugdarts of medisch specialist, gecertificeerde instelling (artikel 2.6 lid 1 sub g Jeugdwet)
Deze artsen en gecertificeerde instellingen kunnen rechtstreeks verwijzen naar de jeugdhulp die een gemeente heeft ingekocht.

Jeugdhulp inzetten na onderzoek van het Advies- en Meldpunt Huiselijk geweld en Kindermishandeling (AMHK) (artikel 2.2 lid 2 sub b, Art. 11.2 C Jeugdwet).
Het AMHK doet onderzoek na een melding en informeert eventueel de politie en de Raad voor de Kinderbescherming. Indien nodig verwijst het AMHK door naar vrij toegankelijke jeugdhulpverlening of naar de betreffende gemeentelijke Toegangsvoorziening.

De jeugdige en het gezin de mogelijkheid geven om eerst zelf een familiegroepsplan op te stellen (artikel 2.1 sub g Jeugdwet)
Een gezin heeft het recht om, samen met de sociale omgeving van de jeugdige, zelf een hulpverleningsplan of plan van aanpak op te stellen, voordat professionals dit voor hen/met hen doen.
Dit geldt zowel voor jeugdhulp binnen een vrijwillig als gedwongen kader (indien mogelijk).
Een dergelijk familiegroepsplan past bijvoorbeeld binnen de methodiek van een Sociaal Wijkteam, maar kan ook onderdeel zijn van andere vormen van jeugdhulpverlening.

Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG)  voor medewerkers die werkzaam zijn bij de Toegang. (artikel 4.1.6 Jeugdwet)
Als professionals in dienst zijn van een jeugdhulpaanbieder en werkzaam zijn bij de toegang, is het aan deze aanbieder om erop toe te zien dat hun medewerkers een VOG hebben. Indien de medewerkers in dienst zijn van een gemeente is het aan de gemeente om hier zorg voor te dragen.