Actueel‎ > ‎Nieuws‎ > ‎nieuws 2019‎ > ‎

Samenwerking Onderwijs, Zorg en Jeugd moet beter

Geplaatst 9 jan. 2019 14:26 door Nely Sieffers   [ 14 jan. 2019 03:50 bijgewerkt ]
In december verscheen het rapport ‘Mét andere ogen’ van René Peeters, kwartiermaker Onderwijs, Zorg en Jeugd. In het rapport staan zeven adviezen voor verbetering van de samenwerking tussen onderwijs en zorg. 
Ook vanuit UW Ouderplatform is met de kwartiermaker meegedacht en zijn ervaringen gedeeld. 

Ieder kind heeft het recht om te leren, om zich optimaal te ontwikkelen en om volwaardig mee te doen (Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind, Salamanca). Ook kinderen die (soms tijdelijk) wat meer zorg nodig hebben en kinderen met een (levenslange) beperking moeten kunnen meedoen in de samenleving, en dus zeker ook binnen opvang en onderwijs (Internationaal verdrag inzake de rechten van personen met een handicap). Desondanks is het niet voor ieder kind in Nederland vanzelfsprekend om mee te kunnen doen en zich te ontwikkelen.

Een sterke verbinding tussen onderwijs en (jeugd)zorg is in sommige gevallen noodzakelijk om kinderen optimale ontwikkelkansen te bieden. Op sommige plekken komt deze verbinding goed tot stand, maar op andere niet of niet goed genoeg. In de praktijk stuiten kinderen en ouders daar op allerlei problemen. Het blijkt vaak moeizaam en ingewikkeld om voor kinderen die iets extra’s nodig hebben vroegtijdig, snel en effectief een passend onderwijs- en/of hulpaanbod te realiseren. Ouders worden van het kastje naar de muur gestuurd en raken gefrustreerd en professionals zijn ontevreden over hun mogelijkheden om te doen wat nodig is. We schieten te kort en doen onze kinderen tekort. Dit uit zich onder andere in de thuiszittersproblematiek. Er zitten nog steeds te veel leerplichtige kinderen thuis zonder een passend onderwijsaanbod en/of passende zorg en ondersteuning. Ook zijn er veel kinderen in Nederland vrijgesteld van leerplicht, deze groep groeit.1 Ook groeit de instroom naar speciaal (basis) onderwijs (sbo). De maatschappelijke onvrede neemt toe, gevolgd door kritische media en Tweede Kamerleden.