Ouders‎ > ‎Columns‎ > ‎Columns Ouders‎ > ‎

Column van Natasja: Oplossing

Geplaatst 10 jan. 2014 06:14 door Nely Sieffers   [ 10 jan. 2014 06:14 bijgewerkt door Webmaster UW Ouderplatform ]

“Wat heeft schilderen nu te maken met leren om niet meer bang te zijn?“, vraagt Zoon. Verwachtingsvol kijkt hij me aan……..

Een paar weken gaat Zoon nu naar creatieve therapie, elke vrijdagochtend. Hij geniet ervan. Hij heeft getekend, geschilderd en geknutseld. Vandaag is het weer zover, met aansluitend een afspraak bij de kinderpsychiater. Vroeg zitten we in de wachtkamer, met onze warme chocolademelk. Het hoofd van de therapeute verschijnt om de hoek. Blij kijkt Zoon op. Hij wil graag dat mama nog even mee naar boven gaat, zoals elke week. Samen bekijken we het kunstwerk dat Zoon heeft gemaakt. “Weet je nog?”, zegt de therapeute. “Dat je vorige keer dacht dat je die lijn fout tekende en dat je het toen hebt opgelost door er iets aan vast te maken?” Ja, dat weet Zoon nog. Ik vertel dat Zoon nog een vraag heeft. “Wat heeft schilderen nu te maken met leren om niet meer bang te zijn?“, vraagt Zoon. Dat is echt een goede vraag, vindt de therapeute. Ze vertelt dat ze het bang niet kan weghalen voor Zoon. Er bestaat geen knop die het bang uitzet. Bestond het maar! Dat zou mooi zijn. Nee, dat gaat niet. Wat Zoon wel doet bij de therapie, is oplossingen verzinnen hoe om te gaan met zijn angst en wat hij moet doen als hij bang is. Dan kan hij zijn angst de baas worden. Zoon luistert goed. Hij gaat aan de slag met de opdracht van vandaag. Zoals elke week ga ik nu naar beneden, naar de wachtkamer. Een blij gevoel stroomt door mijn lijf. Wat goed dat Zoon het vroeg! Hij wil écht weten wat het doel is van de therapie! En hij vraagt het! Geweldig! Zo wordt hij de eigenaar van zijn eigen leerproces. Hoe waardevol.

Een uurtje later zitten we in de wachtkamer, klaar voor de tweede afspraak van de ochtend, met de kinderpsychiater. De kinderpsychiater heeft Zoon niet meer gezien sinds de therapie is begonnen. Daar is hij al. “Wil je met de trap of met de lift?” Hij vraagt het altijd aan Zoon. Sinds de eerste afspraak met hem al. Zo brak hij toen het ijs. Gericht op het kind, het kind doet ertoe. En zoals altijd durft Zoon met de kinderpsychiater erbij wel met de lift. “Hoe gaat het bij therapie?”, vraagt de kinderpsychiater aan Zoon. “Goed.”, zegt Zoon. “Ik leer oplossingen wat ik moet doen als ik bang ben.” De kinderpsychiater kijkt me even aan. We voelen het, dat dit een geweldig moment is. Deze zin van Zoon is even alles wat er op de hele wereld is. Zoon, die zich eigenaar toont van zijn eigen leerproces. Die gemotiveerd is. Prachtig. Zoon vertelt van zijn nieuwe fiets. “Ik fiets er elke dag op naar school, naast mama.”, zegt hij trots. De kinderpsychiater tikt zijn gewicht en lengte in in de computer. “Niet vertellen dat ik met mijn fiets gevallen ben mam.”, fluistert Zoon ondertussen. “OK.”, fluister ik terug. De kinderpsychiater doet net of hij Zoon niet gehoord heeft……………..
Vanaf die vrijdag ontstaat er een nieuw toverwoord. En dat woord is oplossing. Oplossing, een woord met een magische betekenis voor Zoon. Bij dat woord gaat het juiste laatje open in zijn hoofd.

Zoon komt uit school. “Hij struikelt bijna over zijn woorden, zó graag wil hij het vertellen. “Mama, bij SOVAles deden sommige kinderen heel raar en druk. Maar ik niet. Ik bleef gewoon rustig zitten. Zo zorg ik goed voor mezelf hè mama. Dat heb ik goed opgelost.”

Een week later belt de juf, halverwege de middag. Zoon was volledig geblokkeerd en overprikkeld geraakt tijdens de gymles. Hij had zichzelf niet meer onder controle gehad, met als gevolg gedragsproblemen. Fijn dat de juf even belde, zo kon ik me op tijd voorbereiden op een overprikkelde Zoon. De schooldeur zwaait open. Daar komt Zoon, met rode wangen, grote bewegingen en een slingerende tas komt hij op me af. “Het was vandaag niet leuk.”, zucht hij. “En ik ga nooit meer naar school!”, roept hij dan heel hard. Hij gooit zijn tas op de grond. Ik blijf kalm. Al mijn bewegingen worden rustiger dan normaal. Ik zeg alleen het hoognodige. Rust uitstralen. En stevigheid. Veilig, zodat Zoon zich niet verder verliest in zijn overprikkeling en angst. Hij pakt zijn fiets, net als altijd. We fietsen naar huis. Even liggen, onder zijn deken. “Ik snap het niet.”, zegt hij dan. “Waarom krijg ik straf, als ik het gewoon niet kan tegenhouden?” Ja. Dat is moeilijk. Ik snap het wel. Het is heel moeilijk om niet te reageren op de overprikkelde uitingen van Zoon. Ik vertel hem dat. En dat we samen gaan zoeken wat de oorzaak is van de blokkering en de overprikkeling. Dat de juf dat ook gaat doen, zodat ze de volgende keer weet wat er aan de hand is. “En toch ga ik nooit meer naar school!”, schreeuwt Zoon. En nu komt het er op aan, nu naar de oplossing toe. Nu moet hij leren om er doorheen te gaan, door zijn angst, door zijn gevoelens. En het los te laten, er niet in te blijven hangen. Eigenaar zijn van jezelf. Regie.

Ik hou vol. En het lukt. Met al mijn vastberadenheid en overredingskracht. Zoon laat het los. Met als laatste duwtje een beloning in het vooruitzicht krijg ik hem de volgende ochtend naar school. Geweldig! Hij fietst zelf. Hij zet zelf zijn fiets in het fietsenrek. Hij loopt zelf naar binnen. Hoe mooi! Wat een waardevol moment. Zo belangrijk om te leren. Loslaten. Ook al ging iets niet goed. Ook al voelde je je verkeerd begrepen. Ook al was je het niet eens met de sanctie. Stap er overheen. Neem de regie terug, over jezelf. Zo’n belangrijke les om te leren.

“Dat heb je goed opgelost.”, zeg ik ’s middags. Zoon is rustig, hij begrijpt het. Vandaag is het gelukt. En het lukt die week nog drie keer. Als Zoon uit de budoles komt. Hij straalt. De leraar had tegen hem gezegd dat hij vindt dat Zoon zo serieus met zijn sport bezig is, dat hij zo hard werkt. Straalgelukkig voelt Zoon zich even. Dat zijn leraar dát zegt, tegen hem! Dat is voor Zoon goud. De tweede keer is op school. Zoon komt naar buiten. Weer met rode wangen. “Ik heb mijn vriend geholpen.”, zegt hij. “We gingen iets moeilijks knutselen. Ik zag dat hij bijna ging huilen en toen ging ik hem helpen. Dat heb ik goed opgelost hè.” De derde keer is bij therapie. Zoon gaat uit eigen beweging voor het eerst zonder mij naar boven met de therapeute. Ik blijf achter in de wachtkamer, met een traan op mijn wang, van geluk.

Oplossen, het nieuwe magische woord. Het woord dat Zoon helpt het juiste laatje in zijn hoofd te openen. Met vallen en opstaan. En vallen gaat hij nog vaak. En opstaan ook. Twee stappen terug, drie vooruit. Zo is het leven. Zo is het goed………….

Maak van een mug een vlinder, elke dag weer.

Natasja

Denken in mogelijkheden,
van kwetsbaarheid naar kracht,
onderwijs,
dochter in de puberteit,
zoon autisme/MCDD